Blog

  • Fluid dynamics.

    July 22nd, 2019, 06:47 pm

    Something inside me changed along with the turn of the tides. Rowing my boat upstream suddenly seemed so futile. The fear was still there, deep down inside of me, entangling my heart and restricting my breath. Yet some inexplicable power allowed me to finally let go of the oars of my boat and the wind turned it around. The muscles in my arms aching from the endavour this journey had taken, I laid on my back and finally rested, looking up to the stars and the moon.

    And in that moment I remembered how the moon and the tides are connected. I inhaled and exhaled deeply. Apparently this was all it took. A catalyst for change.

    It wasn’t long before I reached the rapids and the flow of water carried my boat to the open sea.

  • Voor altijd.

    Date: June 2nd, 2010, 02:12 am

    We lagen samen in bed. De dekens bedekten op dit moment alleen nog onze voeten, voor de rest lagen we daar naakt, tentoongesteld, en het meubilair in de kamer was ons publiek. Hij streelde door mijn haar en zuchtte af en toe terwijl ik met mijn hoofd op zijn borst rustte.  Zijn borsthaartjes kriebelden zachtjes tegen mijn wangen. Het ritme van het kloppen van zijn hart gaf een rustgevend gevoel, of misschien vertrouwd. 
    Buiten gebeurde er niets. De wereld rustte nog altijd onder een deken van hagelwitte sneeuw. Dit was het moment van de dag waarop mensen niet meer lijken te bestaan, geen auto die langs het huis raast, geen fietser die rinkelt met zijn bel, niet het gedempte geluid van spelende kinderen buiten; alles was zwart. Het kloppen van zijn hart was alles wat bestond en alles wat plaatsvond op dit moment.

    En ik dacht aan ons. Liet alle dingen die ik de laatste maanden had meegemaakt de revue passeren. Ik zette alles op een rij voor mijn gedachte om te archiveren en nooit meer verloren te laten gaan. Als je iets niet wil vergeten, is het enige wat je moet doen er gewoon steeds weer aan denken. Iedere keer, dag in, dag uit moet je het even naar boven halen en denken; zo voelde dat.
    Hem wilde ik niet vergeten. Ongeacht hoe de toekomst zich zou gaan ontvouwen, dit, wat ik nu meemaakte, moest altijd in mijn hoofd blijven bestaan. Ik had het nodig. Ik voedde me ermee.
    Het tweede wat je kunt doen om iets niet te vergeten is het voort te laten duren zolang je leeft. Als iets nu is, heeft het simpelweg niet de mogelijkheid om uit je gedachte te gaan. Deze methode is vaak moeilijker te realiseren, maar levert zoveel meer op. En misschien had ik het liever op deze manier. Voor altijd in mijn gedachte, voor altijd naast mij in bed.

    Er begon al een vogel te fluiten, in alle vroegte. Dit deed me ontwaken uit mijn diepe gedachtestroom en ik knipperde even met mijn ogen. Niet kort daarna nam hij een grote hap adem alsof hij wat wilde gaan zeggen… maar er volgde niets. Gedreven door mijn gedachten en het ongemak dat deze stilte ineens heel zwaar maakte ontglipte het me. Tegen al mijn voornemens in zei ik wat ik nooit had mogen zeggen, maar wat moest ik dan?

    “Ik hou van je.”

    Er volgde een stilte die nog zwaarder was dan de vorige. Zijn ademhaling bleef hetzelfde. Ik had mijn blik niet op hem gericht maar ik wist dat hij me roerloos aankeek. Had ik het maar niet gezegd.
    ”Nee,” fluisterde hij na een tijdje. Ik durfde mijn mond niet meer open te doen.
    ”Nee,” zei hij nogmaals, alleen nu wat luider. Hij richtte zich op waardoor ik weer met mijn hoofd op het kussen moest gaan liggen. Hij haalde zijn arm van mijn middel en keek me strak aan.
    Toen sprak hij: “Dat mag je niet zeggen. Als je van me houdt verandert alles, dat snap jij toch ook?”
    Ik begreep het niet, maar mijn mond vormde de woorden met een tegenovergestelde betekenis. Misschien omdat ik bang was dat het weg zou gaan, of misschien omdat ik niet zeker wist of ik het begreep. De verwarring overheerste.

    En daarna deed alles alleen nog maar pijn. Pijn, omdat ik gedesillusioneerd was. Omdat dat wat ik in mijn hoofd van dit voorval had gemaakt niet echt bleek te zijn; jij was niet echt. Je hebt me verbitterd, waarom heb je dat gedaan?

    Je mag me geen pijn doen.

  • Roes.

    Date: April 21st, 2011, 01:05 am

    Ik probeer terug te denken aan de tijd dat er nog onschuld bestond. Vroeger, toen niemand beter wist. Toen alles nog zo lieflijk luchtig en draagbaar was. De tijd van de gebreide truien en de cassettebandjes. Van de pannenkoeken en het spelen in de zandbak. Waarom heb ik nooit bewust een verandering meegemaakt? En passant is alles overgegaan op het nieuwe en het voelt alsof ik al die tijd in een roes heb geleefd. Alsof ik nu pas wakker word en besef dat alles en iedereen om me heen een ware metamorfose heeft ondergaan. Waar is de tijd gebleven?
    Ik zit in de tuin en rook mijn laatste sigaret. Benen opgetrokken. Starend naar de sterrenhemel. En terwijl mijn blik ten hemel gericht is realiseer ik me dat ook daar alles continu in beweging is. Het stemt me onvoorstelbaar zwaarmoedig. Want hiermee komt ook het besef dat er simpelweg geen tijd is om stil te staan. Iedere keer dat je stopt om te recapituleren is alles anders. Terugkijken is volslagen onzinnig. En dus neem ik me voor het niet meer te doen. 

    Ik sta op en loop naar de wastafel, gooi een plens water in mijn gezicht. Ik wil de tekenen van het verleden eraf wassen, wil niets meer hebben dat wijst op gisteren – zelfs niets dat wijst op de morgen. Mijn focus moet enkel liggen op het heden en dus probeer ik me te concentreren op de enige zekerheid die ik op dat moment nog vast kan grijpen: mijn eigen spiegelbeeld.

    In de spiegel boven de wastafel bestudeer ik mijn gezicht uitvoerig. Ja, denk ik. Dat ben jij. Maar zo voelt het niet. En daarom zeg ik het nog maar eens hardop. “Ja, dat ben jij,” hoor ik een stem nagalmen in de dichte stilte van de nacht. Een stem, maar de mijne is het niet. Compleet gedesillusioneerd kruip ik in mijn bed en staar ik naar het plafond. Ik dacht altijd dat bezinning wijzer maakte, maar nu weet ik zelf niet eens meer wie ik ben. Het ochtendgloren breekt al aan als ik besef dat ik de slaap niet heb weten te vatten.

    Soms is het maar beter om in het ongewis te blijven.

  • Bureaucratiemaffia.

    Date: April 21st, 2011, 01:36 am

    Gewapend met een schaar en vol moed stapte ik het hoofdkantoor van de bureaucratie binnen. Aan het eind van een ellenlange gang stond een man achter een loket. Er waren touwtjes bevestigd aan elk van zijn ledematen om zijn bewegingen te controleren.

    “Sorry mevrouw, maar ik ben aan regels gebonden,” jammerde de man.
    Ik stapte het loket over en knipte de touwtjes door, waarna de man dood op de grond viel.

    Ik had de maffiabaas der bureaucratie vermoord.

  • Mad world.

    Date: April 26th, 2011, 10:51 pm

    De dag begon als alle anderen. Om acht uur ging de wekker. Ik stapte uit mijn bed en nam een douche. Daarna droogde ik me af en poetste ik mijn tanden onder begeleiding van Gary Jules’ Mad World. When people run in circles it’s a very very mad world, zong hij met zijn ingetogen stem. Ik liet het op me inwerken en staarde uit het raam terwijl Gary onverstoord doorging met zingen. Daarbuiten zag ik een wirwar van mensen. Stuk voor stuk unieke exemplaren. Ze hadden op geen enkele manier verband met elkaar en toch liepen ze daar, naarstig op zoek naar iets. In de regen met een paraplu, terwijl plassen water opspatten door bulderende stadsbussen die hun rust verstoorden. Waarom toch?

    Ik vond het geweldig om in mijn appartement te zijn. Drie hoog, met ramen die vanaf de grond tot aan het plafond reikten. Vaak waren mijn gordijnen gesloten, maar af en toe probeerde ik de ruimte te voeden met wat daglicht. Zo ook vandaag. Terwijl ik daar zo stond te kijken begon ik me oppermachtig te voelen. Vanuit mijn troon keek ik neer op de wereld, wuifde ik naar mijn onderdanen. Ik stond op een voetstuk, los van de maatschappij. Ik hoorde er niet bij. Ik kon ze dingen opdragen, en zij zouden dan naar mij luisteren. Maar er deel van uit maken zou ik nooit. Ik hield op geen enkele manier verband met hen. Dat klonk heel tragisch, maar was het beslist niet. Het was gewoon de waarheid.
    Ik kon uren naar dit schouwspel kijken. Er gebeurde zoveel. Het stoplicht dat op groen sprong, de overstekende mensen, een pizzabezorger die ongeduldig een blik op zijn horloge wierp. Allemaal hadden ze hun eigen verhaal. Maar niemand had verband. When people run in circles it’s a very very…

    Plots ging de deurbel. Ik schrok op uit mijn dagdroom. Tot dit moment had ik niet opgemerkt dat de CD van Gary Jules vastgelopen was. Mad-mad-mad-mad-mad-mad-, weerklonk het in mijn appartement. Zonder de moeite te nemen de muziek af te zetten opende ik de deur en daar stond mijn vriendin. Ik was verrast haar te zien en we omhelsden elkaar terwijl ik de geur van haar haren opsnoof. Ze rook naar framboos.

    “Heb je even?” vroeg ze. Ze hijgde nog na van de trappen die ze had moeten beklimmen om bij mijn deur te komen.
    “Maar natuurlijk,” antwoordde ik. Ze wurmde zich door de kier van de deur, deed haar jas uit en ging op mijn bed zitten. Ik liep naar het raam en sloeg het tafereel nog even gade. Zij begon nergens over, en om de stilte te doorbreken rapporteerde ik mijn bevindingen aan haar. “Heb je de mensen buiten gezien? Het lijkt wel een mierenhoop.” Ze ging er niet op in. “Ik begrijp met geen mogelijkheid wat al die mensen…”
    “Ik wil het ergens met je over hebben,” prevelde ze. Ze frunnikte wat aan haar rok. Ik wist niet goed wat ik daarop moest zeggen en dus bood ik haar iets te drinken aan. “Nee, bedankt,” zei ze met een formele glimlach. “Ik blijf niet lang.” Ze stond op en ijsbeerde wat door mijn appartement. Ik nam haar oude plaats op het bed in. Het voelde warm aan en had op een bepaalde manier iets vertrouwds. Mad-mad-mad-mad-mad…

    Ze wist niet goed hoe ze moest beginnen. Dat was me meteen al duidelijk geweest. En dus hielp ik haar maar van start. Zo ging dat nou eenmaal. “Waar kom je dan precies voor?” Ze stopte met ijsberen en ging tegenover me zitten, op de grond in kleermakerszit. Ze keek me een tijdje strak aan en ik vernam een blik in haar ogen die ik nog niet kende. “Ik weet niet goed hoe ik moet beginnen,” sprak ze vervolgens. “Om te beginnen hebben we geen verband.”
    “Geen verband…” Ik proefde de woorden. Letter voor letter liet ik ze over mijn tong glijden, om zo de precieze betekenis ervan tot me door te laten dringen. “Volgens mij heeft niemand dat.”
    Ze staarde even naar haar handen. Haar nagels waren gelakt in turquoise – dezelfde kleur als haar rok. Dat was geen toeval. “Ik denk dat het noodzaak is. Om iets te hebben. Zoals wij twee.” Het leek alsof ze die woorden met tegenzin uitsprak. Alsof ze ze met alle geweld middels een touwtje uit haar mond trok. Lettergreep voor lettergreep. En daarna stalde ze ze netjes op volgorde voor zich uit zodat ik het kon lezen. Dit alles om te voorkomen dat het uitgesproken moest worden. “En daarom moet ik gaan.”

    Zonder ruimte over te laten voor mij om te reageren stond ze op en pakte ze haar jas. Bij het dichtsmijten van de deur hervatte Gary zijn lied. Ik bleef roerloos op bed zitten terwijl ik nadacht over wat er zojuist was gebeurd. Starend naar de dichte deur voelde ik me eenzamer dan ooit. Enlarge your world. Mad world…

  • Happy trails.

    Date: December 25th, 2014, 11:55 pm

    Alle muren om ons heen waren verwoest. Onze spullen lagen verspreid over wat ooit onze kamer was geweest. In de verste verte was geen huis te vinden dat intact was, geen dak dat niet was ingestort. En de foto’s verregenden, de inkt in mijn boeken liep uit, bladeren dwarrelden overal. In een klap was er niets dat we nog bezaten. Alles was van de natuur.

    Het besef kwam geleidelijk dat jij naast mij stond, uitkijkend over dezelfde voorstelling als ik. Ik keek je aan en zag de onthutsing in je gezicht. Met open mond stond je je best te doen om je bewust te worden van de situatie, om alles te bevatten.

    “We moeten gaan, er is niets dat ons hier nog bindt.”

    Ik knikte instemmend, begon rusteloos rond te lopen en alles van betekenis te verzamelen. Ik vond ergens een koffer, of het restant daarvan. Er zat een gat in de bodem en het handvat was afgebroken, maar met een beetje improvisatiekunst zou ik er nog wat van kunnen maken. Verstopt onder de gordijnen die nu met roede en al op de grond lagen vond ik een rol tape, waarmee ik het gat in de bodem dichtte. Ik scheurde een reep stof van de gordijnen zelf, waarmee ik een nieuw hengsel improviseerde. Dit zou kunnen werken, dacht ik. In elk geval voor de komende tijd.

    Ik ploos alles uit op zoek naar materiele waarde om de koffer mee te vullen. Ik keerde de bank op zijn kop, veegde het puin van tafel. Ik opende kastdeurtjes en doorzocht de kleinste hoekjes en randjes. Toen alles tot de laatste centimeter was uitgekamd, wierp ik een blik op de koffer en de opbrengst stelde me teleur. Een paar T-shirts, een broek en wat ondergoed. Een kleine verzameling ingelijste foto’s met barsten in het glas. Een nietszeggend boek, dat trouwens niet eens goed was, maar in elk geval functioneel als toiletpapier. Dat was alles. De rest was onbruikbaar, onherkenbaar of onvindbaar. Aan mijn volharding had het in elk geval niet gelegen.

    “Veel voller zal je koffer niet raken,” fluisterde je in mijn oor. Je stond ineens achter me terwijl ik knielend op de grond de inhoud van mijn koffer observeerde. Ik draaide me om en keek je aan. Je had je jas al aan en droeg je tas over je schouder.

    “Zullen we gaan?”

    Wederom knikte ik instemmend. Ik ritste mijn koffer dicht, stond op en trok mijn jas aan. Ik wierp het zelfgemaakte hengsel van mijn koffer over mijn schouder. Ik keek in je ogen en je pakte mijn hand, waarna we naar de voordeur liepen die vreemdgenoeg samen met de kapstok nog overeind stond temidden van al het puin.

    Toen we voor de deur stonden en jij hem opende, realiseerde ik me dat we praktisch gezien ook om de deur heen konden lopen, aangezien alle muren eromheen waren ingestort. Toch voelde het over de drempel stappen als een heel belangrijke handeling om te verrichten, alsof we zo benadrukten dat we de ene wereld achter ons lieten en de andere betraden.

    En. Dus. Stapten. We. De. Drempel. Over.

    Nooit eerder had ik een stap zo bewust gezet. Ik slaakte een zucht van verlichting toen we uiteindelijk buiten stonden, maar tegelijkertijd vreesde ik voor de weg die voor ons lag. We begonnen een stukje te lopen en ik vocht tegen de drang achterom te kijken; naar het schijnt is dat een slecht idee. Zoals wel vaker won mijn hart het gevecht en ik keek toch achterom, door de deuropening naar binnen, naar alles wat ooit van betekenis was geweest. Alles wat ik achterliet…

    Plotseling trok een glinsterend voorwerp mijn aandacht. Ik moest weten wat het was, dus ik liet je hand los en rende gauw terug. Ik schoof wat brokstukken aan de kant en haalde het voorwerp er voorzichtig onder vandaan, waarna ik het in mijn hand bewonderde. Het bleek een kompas. Ik glimlachte, blies het stof eraf en klemde mijn hand eromheen.

    Jij was intussen een stuk verder gelopen. Ik rende je achterna om je in te halen, pakte je hand en stopte het kompas in mijn jaszak.

    We vertrokken samen in de richting van de horizon.

  • To whom it may concern

    Date: December 18th, 2017, 09:43 pm

    Years and years have passed as I’ve grown older, bumped my head several times, miserably tumbled down, forgot where I was or where I wanted to go upon landing head first onto the ground. And after every fall there was always the moment of silence, the self reflection spent in the space between seconds – untill I finally concluded that this was not the end, and I used all my strength to lift my body off of the ground and continue walking.

    The solid mistakes and the ugly scars they left – knowing they would never fully disappear. Knowing I would never be the same again. Crawling back up became harder everytime. I could feel the distance growing bigger – the distance between me and the others. And everyone became like a stranger, while I was just an observer with no active role in anyones life, like a meaningless object. All I would do is merely exist. And I would shift from existing, to barely existing, to not existing at all. As I kept wondering what it would mean to be alive. I couldn’t even remember what that felt like.

    And I have felt so terribly alone. I wanted to scream and cry, in need of a hand reaching out to me whilst fighting this silent battle. I needed help so badly but no one could offer it – neither could I fix it on my own. So I was left clueless, without any answers, mumbling to myself, every single day, I wanted the words to somehow resonate. I wanted to feel understood – but it never happened. So I curled up in my bed and made myself as small as possible, as the void in my room grew larger everyday, and I cried and cried and cried.

    And I tried writing, and googling for answers, I tried fucking therapy. None of them would make me feel any better, instead they rendered me confused, let down and miserable, as yet another attempt had failed. Yet another push down into the mud. None of them would fill the void. And I wondered if it would always be like this – running from one place to another in an attempt to tip the scales. I refuse to live my life that way. And I don’t want to stay here. But I will be stuck in this place as long as I don’t know how to get out.

    To whom it may concern:
    I feel used up, disarmed and depleted.
    I feel non-existent and in need of a way out.
    And I know it can’t continue this way.
    Like how every minute stretches out and lasts an eternity.
    And I don’t want to spend another second in it.
    Yet I feel powerless to turn it around.

    Something.
    Has.
    To.
    Change.

  • Waking dream.

    Date: December 20th, 2017, 01:46 pm

    “I am still here.”

    I try to convince myself of this fact whilst sitting on the edge of my bed, mindlessly smoking a cigarette and staring out the window. I mutter the words once more, “I am still here,” my lips form the words, launch soundwaves into my room and they bounce off the walls, then they break and fall apart. But it all sounds so muted, as if there were filters in my ears. As if something’s clogging the machine.

    And all around me are walls – endless and white. Unbreakable even, it seems. But I still can’t remain here. I need to head out, but the walls hold no doors, and the windows appear to be just a projection.

    In here, I’m only walking in circles. In here, nothing is real.

    But I am still here.

  • Nothing.

    Date: April 21st, 2018, 01:12 am

    There’s nothing I can do, it’s here to stay. I’m tied to it, chained. And I will remain here, soulless, for eternities to pass.
    The endless struggle of trying to fucking speak up without ever being able to make any contact, I’m restless. And everyday just passes. I am an eternal struggle. An ongoing battle, a inward spiral. I bleed and I melt and I can’t feel my heart. I can’t feel anything. All I do is sit here, and sedate.

    I want someone to talk to.  Someone who understands. But everything gets destroyed by this storm that rages over ever so often, and then I’m left with nothing but ruins – I try to pick up the debris and fix things up but never to any success. And I am left with guilt and shame. Why am I like this?

    It has come too far and it’s here to stay. I am so outside of it all. Not even bothered by coherence. I’m just trying to speak – with the illusion of someone that listens, because no one actually does. In the end it’s just me talking to walls. Lying around on wooden floors and staring at ceilings. I am nothing – literally nothing. Nothing in the purest form of the word.

    And to others, I’d be a burden, a leech and a chore. Because what do I have to offer? Literally nothing. Everything is dead and destroyed. Why am I still around? I can’t fucking talk to walls anymore.

  • Tachycardia.

    Date: April 21st, 2018, 01:12 am

    It’s a mass grave
    A dollar-fifty resting place
    On the north face
    It’s a rope I’ve gotta climb
    I’m a stone’s throw from everyone I love and know
    But I can’t show up looking like I do
    In an old suit my hair is slicked up back nice and smooth
    In a courtroom, sweat rolling down my back
    It’s a bad dream
    I have it seven times a week
    No it’s not me
    But I’m the one who has to die

    Needs a cold draw to slow his tachycardia
    In a dark bar the world just melts away
    And he feels fine
    If he can just lose track of time
    It’s a good sign when he can’t stay awake
    On a slow day the rain against the windowpane of the cafe
    She spills the coffee grounds
    And the same thought hits her like cinder block
    Life’s an odd job that she don’t got the nerve to quit

    Yeah it’s just there
    At the bottom of those spiral stairs
    It’s the World’s Fair
    The future’s on display
    In the still night
    They turned on the electric lights
    And the crowd cried out
    Everyone looks so amazed